Zoek Sitemap   
English    
Afzender
Radboud UniversiteitFaculteit der NWIBiologieHOMEWebmodulenLandschap en Natuur Nijmegen >     Gelaagdheid

    Gelaagdheid

In vegetaties die door grote planten worden gedomineerd kunnen vaak meerdere horizontale "lagen" worden onderscheiden. In Nederlandse bossen kun je meestal de volgende vier lagen tegenkomen: boomlaag (bo), struiklaag (st), kruidlaag (kr) en moslaag. Enkele voorbeelden hiervan die in de omgeving van Nijmegen terug te vinden zijn zijn het Wilgenvloedbos bij de Groenlanden in de Ooij, het Eikenbeukenbos (hellingbos) op de stuwwallen en het Berkeneikenbos in Heumensoord. Sommige bossen kennen twee boomlagen met daarin groter wordende respectievelijk kleiner blijvende boomsoorten; soms komen twee kruidlagen voor die op een vergelijkbare ruimtelijke manier zijn opgebouwd. Gelaagdheid is het meest uitgesproken in het tropisch regenwoud waar vaak drie (of minder vaak zelfs vier of vijf) boomlagen te onderscheiden zijn.
 
Gelaagheid in de vegetatie
wilgen-vloedbos
eiken-beuken-bos
berken-eiken-bos
Wilgen-vloedbos in de OoijpolderEiken-beuken-bos op de stuwwallenBerken-eiken-bos in Heumensoord

 
Gelaagdheid in de vegetatie: Ooijpolder
  • Elke laag kent eigen omgevingsfactoren, een eigen habitat en mesoklimaat, die verschillen van de andere. De boomkronen bijvoorbeeld zijn direct aan de wind blootgesteld en ontvangen het totale zonlicht, terwijl de andere, onderliggende lagen min of meer afgeschermd zijn van beide abiotische factoren. Deze afscherming wordt sterker naar het bodemniveau toe, zodat de planten van de onderste lagen niet alleen minder zonlicht ontvangen, maar ook zijn omgeven door een meer vochtige atmosfeer waarbij de temperatuur gelijkmatig zal zijn.

  • De wortels van planten uit de onderscheiden lagen bezetten ook verschillende "omgevingen". Boomwortels gebruiken deels de bovenste en daarnaast voornamelijk de meer daaronder gelegen bodemniveau's, terwijl de wortels van kruiden gedeeltelijk in dezelfde bovenlaag wortelen en in de humeuze toplaag aanwezig kunnen zijn. De rhizoïden van mossen zijn op de aanwezige humusrijke toplaag aangewezen. Wortels van planten uit de verschillende lagen kunnen daarom aangewezen zijn op bodemlagen die sterk verschillen in luchtbeschikbaarheid en water- en nutriëntgehalte.

  • Het verschijnsel "Gelaagdheid" is natuurlijk niet beperkt tot bosvegetaties. In de kruidachtige plantengemeenschap van bijvoorbeeld een moeras of grasland kunnen meestal drie lagen worden onderscheiden: een laag van hoge dominante grassen en zeggen, tenminste een intermediaire laag met kruiden, lagere grassen en zeggen en een onderlaag van mossen en levermossen.

  • laatst aangepast: 28 jun 2011